Reistips Europa Spanje

Stedentrip Valencia: mijn beste tips van de afgelopen 14 jaar

Palau de las Arts in Valencia

In 2008 bezocht ik Valencia met mijn moeder, in 2015 ging ik hier een weekendje met Tom heen en in 2022 bezocht ik deze stad om er een artikel voor een magazine over te schrijven. Drie maal is scheepsrecht, het wordt dus wel eens tijd om een blog te schrijven met de beste tips voor een stedentrip Valencia die ik de afgelopen 14 jaar heb opgedaan. Vooral ook omdat ik iedere keer weer nieuwe plekjes, gerechten en weetjes over Valencia ontdek. De stad die een historisch centrum, moderne architectuur en het strand combineert en verbindt met fietspaden. Dit zijn volgens mij de beste bezienswaardigheden in deze Spaanse stad waar je nog waar voor je geld vindt!*

Mijn allerbeste tip voor een stedentrip Valencia: huur fietsen

Valencia is een heerlijke stad om te fietsen: het Turia park is een grote drooggelegde rivierbedding die door de hele stad loopt en die je dus goed als verbinding kunt gebruiken om van a naar b te komen. Of die zelfs leuk is om als bezienswaardigheid op zich te bezoeken. Daarover later meer. Langs de kilometerslange boulevard fiets je ook leuk. En je kunt mee gaan met één van de populaire Nederlandstalige fietstours door deze stad. Ik zou dus gewoon fietsen huren voor de duur van je hele stedentrip. Er zijn weinig hoogteverschillen en de afstanden zijn niet groot, fietsen is dus perfect voor een stedentrip in Valencia.

Elektrische stepjes huren kan ook, maar aangezien daar geen slot op zit, is dat niet de meest veilige keuze.

Stadspark Jardi del Túria – de fietssnelweg van de stad

Oke, ik heb er dus drie stedentrips over gedaan om te ontdekken dat Valencia officieel tweetalig is. In het Spaans heet het enorme stadspark dan ook Jardins del Tùria en in het Valenciaans Jardi del Túria. Dat je het even weet. Met navigeren via Google Maps gaat het trouwens altijd goed!

Maar nu naar het stadspark: Na de laatste overstroming van de Turia rivier besloot men deze rivier droog te leggen. Dictator Franco had een mooie snelweg in gedachten, maar gelukkig wisten de Valencianen dit te vertragen en tegen te houden. En nu is het een zeven kilometer lang stadspark, dat uitmondt in het Ciudad de las Artes y las Ciencias, of Ciutat de les Arts i les Ciències in het Valenciaans.

Het is nu dus ook een soort snelweg, alleen dan voor fietsen. Je kunt het namelijk uitfietsen naar het Westen waar het vrij roemloos eindigt. Onderweg geniet je van de relatieve rust. In dit park komen mensen om te recreëren en te sporten en heb je geen last van autoverkeer. Dat maakt dit park voor mij de geschikte verbindingsader voor fietstochten door de stad. Je moet altijd alleen even het meest geschikte punt bepalen waar je weer omhoog gaat, de stad in.

Het iconische beeld van Valencia: Ciudad de las Artes y las Ciencias

Jarenlang heeft architect Calatrava zich niet in Valencia kunnen vertonen omdat de inwoners woest op hem waren. Maar inmiddels ziet iedereen wat het toerisme voor boost heeft gekregen na de bouw van het moderne Ciudad de las Artes y las Ciencias (op z’n Valenciaans). Zie maar het verschil tussen de foto links uit 2008 en de foto rechts uit 2008.

Een iconisch beeld voor de stad. Iedereen herkent het meteen. Hoewel de kans groot is dat je de gebouwen niet in gaat, tenzij je graag naar het wetenschapsmuseum of de opera gaat, de kans is groot dat je hier rond gaat lopen en je fantasie de vrije loop laat gaan over wat de gebouwen moeten voorstellen. Of dat je een glazen kano huurt voor een instagrammable plaatje voor het wetenschapsmuseum. Hoe dan ook: deze moderne architectuur is niet te missen!

Stad of strand: een stedentrip Valencia heeft het beste van beide werelden

Als je naar Valencia gaat hoef je niet te kiezen tussen stad en strand. Valencia heeft het allebei. Met een mooi en kilometerslang zandsstrand aan een autovrije boulevard. En van maart tot en met oktober heb je tijdens een weekend of midweek weg grote kans op stranddagen, soms zelfs in november.

Gratis geheimtip: het Almirante Moorse badhuis in Valencia

Het best bewaarde geheim van Valencia vind ik het Almirante Moorse badhuis in Valencia. Gebouwd in de 14e eeuw, met een typisch Moorse toegangspoort en de typerende stervormige lichtgaten. Ik houd ervan. Toch hoor ik hier nooit iemand over die naar Valencia gaat. Ja, het is even een uitzoekklusje wanneer het (gratis) toegankelijk is. In Google Maps staat het momenteel zelfs op permanent gesloten. Maar volgens de site van Visit Valencia zijn de Baños del Almirante gewoon open en gratis toegankelijk

In de Andalusische stad Jerez vond ik de Arabische baden overigens ook prachtig.

Nog meer gratis bezienswaardigheden in Valencia

Naast het Moorse Almirante badhuis zijn er nog meer gratis bezienswaardigheden. Zo sta je gratis bovenop de middeleeuwse Torres de Serranos om het uitzicht over de stad te bewonderen. En dat terwijl ik al twee keer bovenop de kathedraal stond waarvoor je wel moet betalen. Wanneer er geen water op staat, kun je door het glazen dak zo een deel van de opgravingen van het archeologisch museum La Almoina zien.

Aan de Oostkant van het Wetenschapsmuseum (Museu de les Ciències Príncipe Felipe) kun je gratis een heel leuk experiment uitvoeren als je minimaal met z’n tweeën bent (goed zoeken). Het UNESCO Werelderfgoed de Zijdebeurs (La Lonja de la Seda) is momenteel zelfs gratis te bezoeken, omdat ze de kassasystemen aan het vervangen zijn of iets dergelijks. En de Spanjaarden een beetje kennende, kan zo’n project best een tijdje duren. Al weet ik niet hoe lang de Zijdebeurs natuurlijk nog gratis toegankelijk is. Ook tegen betaling is het de moeite waard, zeker als je het lijstje UNESCO Werelderfgoederen wilt afvinken.

En dan nog het best bewaarde geheim van zo ongeveer iedere Spaanse stad: op zondag zijn veel musea gratis te bezoeken. Altijd de moeite waard om uit te zoeken of dat ook geldt voor de plekjes die jij wilt bezoeken en het zo te plannen dat je die op zondag bezoekt. Het bezoeken van de meeste musea kost sowieso maar een paar euro. Dus een echte bespaartip is dit niet.

Streetart bekijken tijdens een stedentrip in Valencia

Streetart bekijken tijdens een stedentrip is natuurlijk helemaal hot. En ook dat kan in Valencia goed. In de historische wijk El Carmen zie je dan ook veel straatkunst. In de oude wijk El Cabanyal vlakbij zee zie je ook veel streetart. Deze wijk is upcoming en een voormalige rauwe volksbuurt. Weet je gelijk wat je moet verwachten als je hier streetart gaat spotten tijdens je stedentrip in Valencia.

Locals tippen het Fallas-museum (en het Fallas-festival)

Na mijn tweede stedentrip naar Valencia had ik pas door wat het Fallas-festival (uit te spreken als Fajas, want anders zeg je fallus in het Spaans) echt was en wat het voor deze stad betekent. Maar dan moet je er wel in maart zijn! Dit festival is ontstaan toen timmermannen aan het begin van de lente hun werkplaats opruimden en hout begonnen te verbranden. De vuren werden steeds groter en er werd steeds meer verbrand. Tot aan de enorme houten poppen die het tegenwoordig zijn, die soms wel honderduizenden euro’s waard zijn. Totdat de ninots in de brand worden gestoken. Behalve die ene die gratie krijgt.

De branden zijn door de hele stad, 800 in totaal. Net als de vuurwerkshows op de avond zelf en in de aanloop naar de dag toe. De vraag is of je hier dus wel wilt zijn tijdens het Fallas-festival, omdat Valencia dan vol rook staat. Inmiddels staat dit festival natuurlijk ook op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Mij werd daarom het Fallas-museum aangeraden door locals, omdat dit inzicht geeft in het belangrijkste onderdeel van de Valenciaanse cultuur. En raad eens: ook tijdens mijn derde trip naar Valencia ben hier bijna, maar weer niet geweest.

Red jij het wel om naar het Fallas-museum te gaan? Het ligt tegenover het Ciudad de las Artes y las Ciencias.

 

Eten en drinken tijdens je stedentrip in Valencia

Een stedentrip in Valencia kan natuurlijk niet zonder lekker eten en drinken. Je vindt hier een aantal heel goede en leuke restaurants. En Valencia heeft een aantal typisch lokale gerechten en drankjes. Weet je bijvoorbeeld dat paella oorspronkelijk uit Valencia komt? En wist je dat ze hier al honderden jaren een vegan notenmelk drinken, de horchata? Bovendien is eten en drinken in deze stad nog heel betaalbaar: ga je uitgebreid uiteten bij een goed restaurant dan ben je vaak maar 40 of 50 euro per persoon kwijt inclusief alle drankjes. Hieronder deel ik de beste restaurants met je en wat je moet proeven!

Een flamencoshow bijwonen? Dat is niet van hier. Flamencoshows bezoek je dus idealiter in Sevilla of Jerez.

Het lekkerste eten tijdens je stedentrip bij Vuelve Carolina

‘Er is alleen nog plek aan de bar’, kregen we te horen want we hadden niet gereserveerd. Om vervolgens ham te eten die op onze tong smolt. Nog steeds denk ik met veel plezier terug aan het diner dat Tom en ik bij Vuelva Carolina in Valencia hadden. Het ligt dan ook naast het tweesterren Michelinrestaurant, ook van chef Quique Dacosta’s. Alleen is eten hier heel betaalbaar voor ons Nederlanders, zo heb je hier al een menu voor 37 euro. De gerechten zijn dus ontsproten aan het brein van een Michelinsterrenkok, maar dan met een lager prijskaartje. Ze hebben er trouwens ook een menu inclusief cocktails en dat probeer ik graag in 2029.

Drink een horchata en eet een fartons bij La terraza de Santa Catalina

Pas tijdens mijn laatste bezoek aan Valencia ontdekte ik de horchata. Dit tijgernotendrankje is populair sinds de Christelijke koning die Valencia op de Moren veroverde. De legende gaat dat hij dit drankje van een oud vrouwtje kreeg en dat het hem zoveel kracht gaf dat hij daarna de Moren kon verslaan. Valencianen drinken dit drankje dus vooral tijdens het ontbijt. Er zit dan ook flink veel suiker in! In Valencia vind horchateria waar je dit drankje kunt drinken als opkikkertje tijdens het sightseeën. Ik dronk dit drankje bij La terraza de Santa Catalina op het plein bij de kathedraal. En at er de traditionele fartons bij: een wit zoet, maar droog broodje. Dopen in je horchata dus.

Eet paella bij La Pepica als je op stedentrip naar Valencia gaat

Jij associeert wellicht heel Spanje met Paella. Maar paella is ontstaan in de moerassen ten noorden van Valencia, waar rijst wordt geteeld. Als je dat wilt kun je daar naartoe reizen om daar paella te eten. Maar dat is nogal een gedoe. Dus is het makkelijker om paella in de stad zelf te eten. Daar is ook goede paella te eten. Mits je jezelf maar aan de volgende tips houdt: eet paella altijd als lunch en niet als diner en ga naar een restaurant waar je paella moet reserveren. Want het maken van goede paella kost tijd.

Verder vinden Valencianen de aangebrande laag in de bodem van de paellapan het allerlekkerste, dus een goede ober zal je voordoen hoe je die uit de pan schraapt. En in traditionele paella zitten ook slakken, maar maak je geen zorgen, voor toeristen wordt dit meestal weggelaten.

Het leukste vind ik paella eten bij La Pepica aan de boulevard. Ja, het is een beetje fout en een beetje vergane glorie. Maar dit restaurant is wel één van de oudste paellarestaurants van de stad, traditioneel Spaans ingericht en hangt vol met foto’s van bekende mensen die hier paella gegeten zouden hebben.

Drink de lokale cocktail aigua de Valencia tijdens je stedentrip

Valencia heeft z’n eigen lokale cocktail, aigua de Valencia. In tegenstelling tot wat je van de naam verwacht, zit hier geen water in, al drinkt het minstens net zo makkelijk weg. Wat er wel in zit? Cava of champagne, wodka, gin, suiker en sinaasappelsap. De sinaasappels daarvoor worden buiten de stad geteeld. De sinaasappels in de stad zijn (in tegenstelling tot wat iedereen geloofd) wel eetbaar, maar ontzettend bitter en wellicht ook vervuild door uitlaatgassen. De sinaasappelbomen zijn door de Moren namelijk niet geplant om van te eten, maar om buskruit van te maken en als ingredient voor de cosmetische industrie. Maar aigua de Valencia is dus wel drinkbaar, wellicht iets te goed…

Ga eten in de wijk El Cabanyal tijdens je stedentrip

In 2015 overnachtten we al in de wijk El Cabanyal, wat nu de hipste wijk is om te bezoeken tijdens je stedentrip in Valencia. Een knusse wijk, maar er is niet veel te bezoeken. Tenzij je streetart-fan bent, dan zou ik zeker naar deze wijk gaan. Of culinair fan, want tijdens mijn laatste twee trips naar Valencia, hebben we het lekkerste gegeten in El Cabanyal. Er zitten een aantal heel goede restaurants.

De hipste en meest lokale koffiebarretjes in Valencia

In de 14 jaar dat ik nu in Valencia kom, zie ik het steeds wat hipper worden. Dat zie je ook terug in de koffiebarretjes. Die zijn er nog van supertraditioneel tot nieuw en superhip.

In het centrum vind je het authentieke Café de Camillo. Kies uit één van de tig soorten koffie. En krijg een cafe con leche met mini-croissant voor €1,75. Waar vind je dat nog in Nederland?

Hipper drink je koffie bij Mikengo, vlakbij de haven en het Sea You Port Hotel. Hier kun je alle soorten melk krijgen in je koffie die je maar wilt en je kunt hier ook goed en goedkoop ontbijten, ook vega. En wij Nederlanders slaan dan nog steeds niet stijl achterover van de prijzen.

Mercat de Colon: In deze oude markthal vind je diverse kleine restaurantjes en barretjes. Ik vind het dan ook de perfecte plek voor een tussenstop tijdens het sightseeën in Valencia. En voor een bakkie pleur met wat lekkers. Wat Mercat de Colon zo leuk maakt, is dat deze ontworpen is in de Valencian Art Nouveau-stijl. Dit gebouw is geïnspireerd op Gaudi en dat vond ik erg leuk om te zien!

Een stedentrip Valencia versus een stedentrip Malaga

Ik vind Valencia en Malaga enigszins met elkaar vergelijkbaar: het zijn beide Spaanse steden met grote stadsstranden. Steden waarvan de rauwe buitenwijken langzaam worden opgeknapt en met een mooi historisch centrum. En beide met leuke restaurants. Toch zijn er natuurlijk ook verschillen:

  • Valencia is zeer populair bij Nederlandse toeristen. In bezoekersaantallen zijn Nederlanders de derde nationaliteit die hier op stedentrip komt. Er zijn veel fietstours gericht op Nederlanders. In Malaga hoor je beduidend minder Nederlands om je heen. Dus wat heeft jouw voorkeur? Ik bezocht Malaga trouwens eind oktober en Valencia half november.
  • Ben je liefhebber van moderne architectuur, dan kun je beter naar Valencia gaan.
  • Vind je het leuk om veel te fietsen tijdens je stedentrip, dan is Valencia ook de beste keuze voor jou
  • Wil je jouw stedentrip combineren met een roadtrip, dan zou ik wel weer kiezen voor een stedentrip naar Malaga. Want dan kun je veel van Andalusië bezoeken, wat mij betreft de streek van Spanje het meest geschikt voor een roadtrip. In 2015 hebben we trouwens de 600 kilometer tussen Andalusië en Valencia gereden toen we een roadtrip Andalusië maakten en afsloten met de MotoGP van Valencia. Combineren kan dus zeker!
  • In Malaga heb je nog net wat meer kans op zon en mooi weer, het ligt niet voor niets aan het uiteinde van de Costa del Sol. Het strand van Valencia vind ik stiekem dan weer iets mooier, omdat het goudgele strand aan een autovrije boulevard ligt. In Malaga is het zand op sommige plekken bovendien grijs/zwart dus minder aantrekkelijk om te zien.
  • Liefhebber van oude Moorse paleizen? Tja, dan is Malaga je enige optie. Het Moorse badhuis in Valencia is leuk, maar in Andalusië is er op het gebied van Arabische architectuur gewoon veel meer te vinden.
  • Valencia is wel dichterbij dan Malaga. Het is 1850 kilometer vanaf Utrecht. En Malaga bijna 2300 kilometer. Dus voor een roadtrip is Valencia een aantrekkelijkere optie. Daarnaast is het ook een half uur korter. Op de prijzen van tickets heeft het echter weinig effect. Daar moet je tegenwoordig mazzel mee hebben.

Welke stad ikzelf zou kiezen? Toch Malaga. Dat heeft met name te maken met de belangrijkste verandering die ik de afgelopen 14 jaar heb gezien: dat Valencia zo ontzettend populair is geworden bij Nederlanders. Wat een voordeel is wanneer je Nederlandstalige tours zoekt. Maar niet wat ik zoek: veel landgenoten tegenkomen op vakantie.

Wanneer naar Valencia?

Wanneer je ook naar Valencia gaat, het weer zal altijd fijn zijn. In onze winter is het er nog steeds zo’n 15 graden. En op een zonnige dag kun je in de luwte vaak nog lekker in je t-shirt buiten zitten. In maart is het Fallas-festival en afhankelijk van of dat type drukte je aanspreekt ga je dan juist wel of juist niet naar Valencia. Al staan in het voorjaar de sinaasappelbomen in bloei en dan schijnt het heerlijk te geuren in de stad. Voor lekker weer zou ik van maart tot en met oktober gaan, er is dan zeker kans op één of meerdere stranddagen tijdens je weekendje weg.

Ga niet in juli of augustus, dan schijnt het zo vochtig te zijn dat zelfs de inwoners het liefst de stad uit vluchten. En in november vindt op het circuit vlakbij de stad de MotoGP plaats. Deze heb ik destijds met Tom bezocht. Als je ervan houdt heel gaaf, maar dan is het dus ook druk in de stad (vooral met groepjes motoGP-minnende mannen) en dan zijn accommodaties meestal duurder.

Hoe lang ik zou gaan? Een lang weekend of een midweek. Tenzij je heel vroeg heen vliegt en heel laat terug, dan zou 2 nachten ook nog kunnen.

 
Umbracle in Valencia

Waar te overnachten in Valencia?

Ondanks dat het mij lukt iedere keer weer wat nieuws te ontdekken in Valencia, is mij dat op het gebied van accommodaties nog niet echt gelukt. In 2008 sliep ik met mijn moeder in het Room Mate hotel vlakbij de haven. Met Tom sliep ik in een Airbnb in de wijk El Cabanyal die nu wordt gezien als de meest opkomende wijk van Valencia, omdat we echt low budget moesten reizen. En tijdens mijn mediareis sliep ik in het Sea You Hotel Port Valencia, wat uiteindelijk dus weer het voormalige Room Mate Hotel bleek te zijn.

Het dakterras heeft inmiddels wel een flinke upgrade gekregen naar een hippe bar. De matrassen waren nog net zo hard als in 2008. Al waren ze wel druk met het verbouwen van het hotel, dus wie weet staan er flinke verbeteringen op stapel. Via weekendjeweg.nl verblijf je redelijk goedkoop bij Sea You Hotel Port Valencia. Ik vind de ligging zelf wat ver van de stad, maar de boulevard is dan wel weer op loopafstand. Het ontbijt is redelijk en het uitzicht vanaf het dakterras top.

Aangezien ik kennelijk gemiddeld 1x per 7 jaar naar Valencia reis, verwacht ik in 2029 weer te gaan en dn zoek ik denk toch een kleinschalig en duurzaam boetiekhotel. Hopelijk ga ik al eerder weer deze kant op, want ik zou toch heel graag het Fallas-festival eens meemaken!

Buitenkant Sea You Hotel Port Valencia stedentrip
Op het plein voor het Sea You Hotel Port Valencia

*P.S. een groot deel van de foto’s is gemaakt in 2008 en 2015 toen ik nog niet bezig was met reisbloggen en fotografie 😉

Dit vind je denk ook leuk!

Een stedentrip naar authentiek Jerez in Andalusië

Mijn geheime tips voor een stedentrip naar Malaga

Ga op romantische trip naar de Costa Daurada 250 kilometer ten noorden van Valencia

Combineer Valencia met een roadtrip door Andalusië zoals wij in 2015 deden

Over auteur

Ik ben Maaike van het reisblog Reisgelukjes. Ik schrijf over de leukste reizen voor 2, adultproof, voor een fijne prijs en liefst met een duurzamer karakter.

Je kunt je voorstellen dat het onderhouden van een reisblog veel tijd en geld kost. Daarom zijn sommige van de links op deze website gesponsord. Als je via deze links iets besteld of boekt, dan kost het jou niets extra's, maar krijg ik een kleine bijdrage. Wat mij weer helpt om deze website zo interessant mogelijk te houden.

Vind je een blog leuk? Laat dan vooral een reactie achter! Ook dat helpt mij om deze website zo actueel mogelijk te houden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ontvang maximaal 1 keer per maand de nieuwste artikelen en reistips

Je aanmelding voor de nieuwsbrief is gelukt! Ik zal je niet spammen, beloofd!

Er is een error opgetreden, probeer het opnieuw.

Reisgelukjes will use the information you provide on this form to be in touch with you and to provide updates and marketing.
Visit Us On InstagramVisit Us On FacebookVisit Us On Pinterest